Back in the USA, Cannon Beach
Door: marceltijdink
Blijf op de hoogte en volg Marcel
21 Juli 2012 | Verenigde Staten, Cannon Beach
De tocht uit Vancouver gaat eerst nog dwars door de megapolis heen: langs flats, vervallen buurten, mooie buitenwijken en industriegebieden. Lekker relaxed en vrij vlak. Het wordt nog relaxter op het veer naar Vancouver Island, een paar uur op het zonnedek genieten van de zon en de eilanden waar we tussendoor varen. Op Vancouver Island ligt Victoria, hoewel veel kleiner dan Vancouver is het de wel de hoofdstad van British Columbia en heeft het ook meer historie en zowaar wat oudere statige gebouwen. Een beetje zoals Dörp in vergelijk met Kepel: kleiner maar fijner en belangrijker. De sfeer is er relaxed en na een enorm avondmaal geniet ik van een fijne avondwandeling door het centrum. Daags erna wederom met het veer en nu naar de States, om precies te zijn naar Port Angeles. Ik neem afscheid van Canada: aardige mensen, prachtige natuur, klote weer. Op het veer kom ik een man tegen die ik gisteren al in het Hostel zag en nu volbeladen met een gammele moutainbike ook de overtocht maakt. Hij heet Ellis, een bijna zestiger die een fiets heeft geleend en met 2 rugzakken en een paar tassen aan het stuur ook een flinke fietstocht maakt. Hij zit er dan ook behoorlijk doorheen en is jaloers op mijn uitrusting. We praten wat en ik leer dat hij van New York tot LA in de States heeft gewoond en heeft gewerkt. Zo’n beetje van alles van taxi chauffeur tot wat meer duistere beroepen. In Port Angeles ga ik mijn weg, oostwaarts over een kustweg langs het ‘Canal’, een baai/rivier die de afscheiding vormt tussen Canada en de staat Washington (USA) waar ik nu fiets. Rechts van mij de ‘Olympic Mountains’ met daarin echte regenwouden en links van me de rivier met mooie kustwegen. Overigens is er dichterbij ook voldoende te genieten. Al sinds Alaska staan de bermen vol met de mooiste bloemen: gele, rode, paarse, lila, blauwe, kelkjes, klokjes, bellen, bessen, margrieten, paardebloemen, kardinaalsmutsen, camille, lupines, en nog vveel meer anderen waarvan ik de naam ook niet weet of kan spellen. Soms kan ik op een route urenlang alleen in de berm kijken en genieten. Ik laat me door de GPS verleiden een paar binnenwegen te fietsen. Het zijn bijzonder mooie wegen met landerijen middenin de bossen en typische Amerikaanse boerderijen met houten veranda’s. Helaas ook stijgingen boven de 15%, waarvoor dank heren van Garmin. Weer langs de kust is het vlakker met uitgestrekte lavendelvelden die hier ook verbouwd worden. Onderweg bij een willekeurige supermarkt sla ik wat eten in en verdomd, daar loopt Ellis. Hij heeft de bus genomen en zoekt een blikje bier, vraagt of ik ook wat wil (nee, moet nog rijden), of ik nog wat marihuana nodig heb die hij heeft meegesmokkeld (euh nee, nu even niet) en of ik interesse heb om in de krant te komen, deze tocht lijkt hem een goed verhaal (hmm ja, lijkt we wel leuk). Hij kent journalisten in LA en als ik daar ben moet ik hem ff bellen, dan regelt hij wat. Dus over een paar weken is mijn kostje gekocht: eerst een artikel in een Hollywood krant, dan het boek en een jaartje erna ‘Biking South’ The Movie ;-). Je droomt wat af op de fiets, als ik nu al een writer’s block heb zal het allemaal wel meevallen. De volgende dagen in Washington verlopen eigenlijk zonder spectaculaire belevenissen, de routes zijn afwisselend, het tempo zit er aardig in en ik wordt eigenlijk wat lui en gemakkelijk. Het enige waar ik over na moet denken is de route en de volgende slaapplaats (wel zo makkelijk er een te hebben). Er zijn verschillende route mogelijkheden en de keuze laat ik eerst leiden door de kaart, dan het verwachte weer, het aantal bereikbare stopplaatsen, de ervaringen van anderen, zonodig tossen op een kruising en als laatste door mijn GPS. Stom ding. Vaak genoeg verpiemel ik me ook wel eens met de afstand naar een stopplaats. Zo wil ik beslist even naar Elma, want zo heet ook onze jarenlange steun en toeverlaat op het secretariaat bij TNO. Helaas blijkt Elma geen camping te hebben (dat had je me wel eens even mogen zeggen Elma! ) en wordt het weer een tocht 150 km tocht, maar de camping is dan ook een prachtig plekje aan een meertje in het regenwoud, tussen massieve, hoge bomen bedekt met mos. De tocht erna verloopt ook al lekker rustig en het aantal vakantiefietsers neemt toe. Vooral jongeren op een wielrenfiets vol bagage tussen Seattle-Portland of die een stukje van de West Coast doen. De eerste paar zie ik al met lekke banden langs de kant staan. Het was zijn 5de en haar 6de in 4 dagen tijd maar hun plaktechniek is nog steeds belabberd. Ik heb niet dezelfde maat binnenband dus geef ik wat goedbedoeld advies vanaf de kant en merk intussen op dat ik na 4500 km klotewegen nog maar 1 lekke band had, waarna het toch tijd werd om door te fietsen. 25 km erna de volgende: Janet heeft een gebroken ketting, ook haar kon ik helaas niet helpen, ik heb geen ketting en geen gereedschap ervoor. Ik houd maar wijselijk mijn mond over m’n riemaandrijving maar die had ze al bemerkt. Ik weet eigenlijk niet of ik het leuk vind nu het zoveel drukker met fietsers wordt. Enerzijds is er meer aanspraak, en vooral aandacht voor mijn uitrusting en fietsdoelen (Finally I met one who is doing the whole stretch…great man), leuk voor het ego. Anderzijds zijn de vragen steeds hetzelfde: where do you come from, where are you going to en vooral de jongere mannekes willen weten wat het daggemiddelde is. Ongemerkt laat ik me ook een beetje opjagen, het testosteron manneke in mij is blijkbaar ook nog actief ondanks het feit dat ik dacht de laatste weken meer rust gevonden te hebben.
Maar goed, de route gaat in ieder geval weer langs een bekende plaatsnaam: Raymond. Een wat verslapen gat met voornamelijk wat houtzagerijen en houtverwerking (trouwens een van Washingtons grootste industrieën). Wat dat betreft had het beter Wim kunnen heten. Nou ja, tenminste 1 Raymond met een verslapen gat, haha. De camping is op het uiterste eindje van Washington: Cape Dissapointment. Het uitzicht is dat in ieder geval niet, een prachtige baai met bossen eromheen. De naam zal dan wel slaan op de muggen, het sterft er weer van. Langzame stomme beesten: als ik in mijn handen klap zijn er alweer 5 dood, maar die worden onmiddellijk weer aangevuld met 10 anderen. Geen plaats om eens uitgebreid te gaan ontbijten dus met een snelle hap cornflakes maar op weg naar Oregon. Als ik onderweg een foto neem van een typisch kerkje aan een baai stoppen 2 er fietsers: de Zwitsers die ik 6 weken terug in Tok Alaska heb ontmoet bij een VVV. Wat een kleine wereld! Zij zijn een paar weken na me ook vanuit Fairbanks rechtstreeks naar hiernaartoe gefietst. We kletsen wat en net als mij hebben eveneens veel regen gehad en zoeken ze een camping om wat langer te genieten: goedkoop, WiFi, douche, winkeltje (met wijn) en zon. We nemen afscheid halverwege, ik ga de natuur-route en zij de snelle Highway. Halverwege krijg ik echter een mega hongerklop, het missen van het ontbijt was dodelijk ondanks de 5 koppen koffie, 2 grote taartstukken en een hotdog daarna. Op mijn tandvlees en een zak Kellogs Cornflakes haal ik nog net Cannon Beach: een leuk toeristenoord voor de meer gesettelde mensen. Op de enige camping is nog net 1 plaats. Eigenlijk alles wat ik wil, behalve de regen, en naar later blijkt de prijs. Als ik me heb geïnstalleerd word ik zomaar door de buren uitgenodigd om mee te eten: kip met rijst, een biertje erbij en als geweldige afsluiter: op kampvuur geroosterde marshmellows met crackers en chocolade repen erop: hmmmmmmmm overheerlijk. Het zijn 2 leuke gezinnen uit Portland en terwijl ik smul van het eten smullen zij met me mee met mijn fietsverhalen. Goed verdeeld. De dag erna neem ik eens een rust voor de noodzakelijke huishoudelijke en administratieve klusjes. Bovendien lig ik een aantal weken voor op mijn snelste schema, eind augustus ontmoet ik in San Francisco Jellie voor een paar weken gezamenlijke vakantie maar zo te zien ben ik daar al begin van die maand. Ah well, dan gaan we nog effe eerst een rondje heen en terug naar Los Angeles fietsen.
We zien wel: vrijheid, blijheid.
PS Ome H
Bijgaand als beloning voor jouw sterke limerick een foto van de 2 Duits/NieuwZeelandse dames. Enjoy.
Afstand 91-83-151-128-80-0 km
Hoogte 350-500-980-850-540-0 m
Totaal: 4763 km
-
22 Juli 2012 - 07:29
Moeder.QWeer `n Mooi:
Fijn weer wat van je te lezen.
Ik reken nu maar op iets minder snel `n verhaal te vinden op mijn pc. Altijd weer spannend om te lezen .
Goed om te weten dat `t je goed gaat.
groeten en veel geluk , Moeder. -
22 Juli 2012 - 19:50
Toon Van Wordragen:
Hoi Marcel
Ik zie dat je flink opschiet met je avontuur. Maar inderdaad je maakt flinke reisverhalen.
Toch vind ik dat wel leuk.
Maar ik denk dat je inderdaad er teveel werk van maakt. Met een een wat kortere versie ben ik ook wel tevreden.
Ik vind het toch een heel aangaan.
Groeten -
25 Juli 2012 - 07:00
Jim Slater:
It was very nice to meet you and feed you at the Cannon Beach campsite. It was nice to hear you adventures stories! We wish you success on the rest of your journey!
Jim & Jeanne -
25 Juli 2012 - 16:45
Ome H:
Dear Marcel, es joe misjien know heeft Wiggins won the Tour de France. And I must say, he looks a bietje op you. He heeft a little bit de zelfde body as you, small, tall and echte long distance spieren. And he heeft also some nice bakkebeards. And ook wel leuk, he is niet dirty of a biertje meer of minder!!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley